Joodse begraafplaats staat op Westlandse monumentenlijst

Na oproep Genootschap Oud-Westland aan College en gemeenteraad:  

Westland – De gemeente Westland heeft besloten om de Joodse begraafplaats aan de Opstalweg in Naaldwijk op de Westlandse monumentenlijst te plaatsen. Dit op initiatief van het Genootschap Oud-Westland dat de gemeente aanschreef met het verzoek deze historische plek in de lijst op te nemen.

 

Voor het Genootschap waren hier voldoende argumenten voor. De Joodse begraafplaats dateert uit 1794 en is door de toenmalige Joodse gemeenschap gesticht, zodat men niet meer naar Scheveningen hoefde om overledenen te begraven. Daarnaast is de begraafplaats in de gemeentelijke ‘Inventarisatie Historisch Waardevolle Objecten’ uit 2007 omschreven als ‘zeldzaam’ en ‘van historische waarde als verwijzing naar de verdwenen Joodse gemeenschap van Naaldwijk’.

 

In 1929 heeft de toenmalige gemeente Naaldwijk de begraafplaats overgenomen van de Nederlands Israëlitische Gemeente van Den Haag en daarbij beloofd de begraafplaats in behoorlijke staat te onderhouden. In de loop van de tijd is helaas het metaarhuisje – hier vond de rituele reiniging van overledenen plaats – en het prachtige smeedijzeren hek verdwenen, waarmee die belofte niet is nagekomen.

De gemeente Westland is, als rechtsopvolger van de gemeente Naaldwijk, eigenaar van de Joodse begraafplaats. Binnenkort zal het monumentenschildje van de gemeente bij de begraafplaats worden aangebracht.

Cultureel erfgoed moet veiliger worden bewaard

WESTLAND – Het historisch erfgoed dat Westland rijk is, moet beter worden bewaard.

Museumstukken die niet zijn tentoongesteld, liggen nu te vaak op een onbeschermde plek.

Het Genootschap Oud Westland pleit voor een centrale opslagplaats waar het historisch materiaal brandvrij en klimatologisch verantwoord kan worden veiliggesteld. De brand die op 26 mei in het Naaldwijkse Westlands Schaatsmuseum uitbrak, heeft de historische verenigingen aan het denken gezet.

Hoewel het grootste deel van de collectie bewaard is gebleven, had de brand veel meer schade kunnen aanrichten. Op de zolder van de oude boerderij lagen museumstukken opgeslagen waarvoor geen plek was in de expositieruimte. Juist van die spullen is een deel in vlammen opgegaan.

Ook in het Westlands Museum in Honselersdijk ligt bijna de helft van de collectie op de zolder van de boerderij. Daar moet volgens de historische verenigingen zo snel mogelijk verandering in komen. „Westland is niet te vergelijken met een culturele stad als Den Haag en Delft,’’ beseft Wil van den Bos Czn, voorzitter van het Genootschap Oud Westland. „We hebben veel minder musea en moeten juist daarom extra zuinig zijn op wat we hebben.’’

Het Westlands Museum wil al langer een beter depot. Het bestuur is met de gemeente Westland in gesprek sinds er plannen zijn voor de bouw van een nieuw gemeentehuis. „We hopen daar een plek te krijgen in het nieuwe archief,’’ verwoordt conservator Ton Immerzeel.

Ook het Westlands Schaatsmuseum is voorstander van een centrale opslagplaats. De vrijwilligers hadden het gevoel dat hun spullen in de boerderij veilig waren. „We hadden alle oude elektrische bedrading vernieuwd,’’ verklaart penningmeester Henk Zwinkels. Dat bleek echter niet voldoende. „Daarom juichen we een centraal depot toe. Hoewel ik vind dat je de gemeente niet met alles kunt opzadelen, gaat het belang van het museum voor. ’’

Het pleidooi voor een centraal depot heeft ook de politiek bereikt. Progressief Westland heeft het college van B en W er vragen over gesteld. Daardoor kost het drie weken, voordat de gemeente reageert.

(artikel overgenomen uit: AD Haagsche Courant / editie Westland, d.d. 11 juni 2009)

Joodse begraafplaats hoort op Westlandse monumentenlijst

Oproep Genootschap Oud-Westland aan College en gemeenteraad.

Westland – De gemeente Westland heeft verzuimd de Joodse begraafplaats aan de Opstalweg in Naaldwijk op de Westlandse monumentenlijst te plaatsen. Het Genootschap Oud-Westland pleit er voor om dit alsnog te doen en heeft daarom de gemeente aangeschreven met het verzoek deze historische plek in de lijst op te nemen.

 

Voor het Genootschap zijn hier voldoende argumenten voor. De Joodse begraafplaats dateert uit 1794 en is door de toenmalige Joodse gemeenschap gesticht, zodat men niet meer naar Scheveningen hoefde om overledenen te begraven. Daarnaast is de begraafplaats in de gemeentelijke ‘Inventarisatie Historisch Waardevolle Objecten’ uit 2007 omschreven als ‘zeldzaam’ en ‘van historische waarde als verwijzing naar de verdwenen Joodse gemeenschap van Naaldwijk’.

 

In 1929 heeft de toenmalige gemeente Naaldwijk de begraafplaats overgenomen van de Nederlands Israëlitische Gemeente van Den Haag en daarbij beloofd de begraafplaats in behoorlijke staat te onderhouden. In de loop van de tijd is helaas het metaarhuisje – hier vond de rituele reiniging van overledenen plaats – en het prachtige smeedijzeren hek verdwenen, waarmee die belofte niet is nagekomen.

 

De gemeente Westland is , als rechtsopvolger van de gemeente Naaldwijk, eigenaar van de Joodse begraafplaats. Voor het Genootschap reden te meer om zowel Collega als gemeenteraad op te roepen deze locatie in de gemeentelijke monumentenlijst op te nemen.

Genootschap Oud-Westland zoekt veldstudenten

In het reeds in voorbereiding zijnde Historisch Jaarboek 2010 van het Genootschap Oud-Westland zal een artikel worden opgenomen over veldstudenten – een fenomeen uit het begin van de vorige eeuw. Jonge mannen van buiten het Westland kwamen in Naaldwijk aan de Tuinbouwwinterschool een tweejaarlijkse opleiding doen tot gediplomeerd tuinder. Hoewel menig autochtone tuinder weinig respect kon opbrengen voor deze importtuinder – immers, dit was nu echt een vak dat alleen van vader op zoon kon worden overgedragen – kwamen twintig van de zestig geslaagde leerlingen in 1906 van buiten het Westland.

Het begrip veldstudenten komt ook voor in de roman ‘Geleend Goed’ van P.J. Risseeuw, de auteur die ook de voor televisie bewerkte roman ‘De Glazen Stad’ schreef. In ‘Geleend Goed’ blijkt hoofdpersoon Jan Kiessewetter inderdaad een mislukte veldstudent te zijn: naast zijn huwelijk loopt ook zijn tuindersloopbaan uit op een fiasco.

Daarentegen zijn er zeer geslaagde voorbeelden van veldstudenten te noemen. Jan Emmens uit Drenthe heeft de grootste voldoening waarschijnlijk beleefd aan bestuurlijke en politieke activiteiten, maar was daarnaast ook zelfstandig tuinder. De oorspronkelijk uit Friesland afkomstige Jan Bruinsma slaagde er in 1946 in het eerste hybride tomatenras op de Nederlandse markt te brengen.

Oproep

Onder andere deze drie ‘Jannen’ brachten het Genootschap Oud-Westland op het idee eens nader in te gaan op het verschijnsel veldstudent. Dhr. Aad Vijverberg is benaderd om hierover een bijdrage te leveren in het volgend jaar te verschijnen jaarboek. Hij zou dan ook graag in contact komen met mensen die direct te maken hebben gehad met veldstudenten. Kent of kende u mensen die vroeger als veldstudent naar het Westland zijn gekomen dan wil hij graag uw herinneringen optekenen, zodat die gebruikt kunnen worden in deze publicatie.

Contactgegevens Aad Vijverberg:
Naaldwijkseweg 35
2691 RB ’s-Gravenzande
0174 41 37 95

Leven, Werken en Geloven in Zeevarende Gemeenschappen, Schiedam, Maassluis en Ter Heijde in de zeventiende eeuw

In de herfst van 2008 is een boek uitgekomen, waarin drie 17e eeuwse zeevarende gemeenschappen met elkaar worden vergeleken. Het betreft de havenstad Schiedam, het verstedelijkte vissersdorp Maasluis (beiden aan de Maasmond) en het dorpje Ter Heijde aan de Westlandse kust.
Er komt niet iedere dag een boek uit, waarin Ter Heijde uitvoerig wordt genoemd, laat staan beschreven. Annette de Wit, werkzaam als hoofd Publiek en Presentatie bij het Marinemuseum te Den Helder, heeft een goed leesbaar en onderhoudend boek geschreven, waarin het dorp Ter Heijde, weliswaar in de 17
e eeuw, als het ware tot leven wordt gewekt.

Het Genootschap Oud Westland heeft Annette de Wit bereid gevonden om op 7 oktober 2009 een lezing over haar boek te geven.

Continue reading “Leven, Werken en Geloven in Zeevarende Gemeenschappen, Schiedam, Maassluis en Ter Heijde in de zeventiende eeuw”