Excursie klooster Catharinadal Oosterhout

De Brabantse plaats Oosterhout staat bekend om zijn rijk kloosterleven. Op korte afstand van het stadscentrum bevindt zich de zogenoemde Heilige Driehoek, bestaande uit drie grote, oude kloostercomplexen.

Op zaterdag 13 juni bezocht een groep van 25 leden van het Genootschap Oud-Westland en 25 leden van Groei en Bloei een van deze kloosters, Catharinadal van de zusters Norbertinessen. Deze in de Middeleeuwen door de heilige Norbertus van Gennep opgerichte orde bewoont sinds 1647 in het Catharinadal in Oosterhout het slot de Blauwe Camer.

In de tijd van het rijke Roomse leven woonden er wel zestig zusters in het klooster. Daarvan zijn er slechts weinigen overgebleven. Onder hen zuster Norberta uit Wateringen en een zuster uit ’s-Gravenzande. Tijdens de rondleiding door de authentieke kamers van het klooster ontstond een beeld van het monastieke leven. Aan de muur hingen eeuwen oude schilderijen met Bijbelse afbeeldingen van Zuidnederlandse schilders.

In de ontvangstzaal van de prior hangt onder meer een schilderij van Machteld van Polanen, de moeder van Joanna en Engelbert van Nassau. Ze trad in het klooster in 1454 en stierf in 1484. Dit schilderij werd in 1600 gemaakt.  Daarnaast werd door kleuren weergegeven waar de ruimtes van de nonnen en die van de prior waren. De blauwe deuren geven aan dat daar ruimtes zijn voor de prior en achter de rode deuren huizen de nonnen.

 

 

Tralies en zwijgplicht

Lang leefden de zusters achter de tralies in afzondering van de maatschappij. Daarin is sinds het Tweede Vaticaans concilie in de jaren zestig verandering gekomen. De traditionele zwijgplicht werd afgeschaft en de zusters kregen meer contact met de maatschappij. Tijdens de koffie in de recreatieruimte was er gelegenheid om een praatje te maken met de zusters.

De kloosters beschikten over veel landerijen en haalden hun inkomsten grotendeels uit de landbouw. Om in de toekomst over de nodige inkomsten te beschikken begonnen de zusters in de 2014 een wijngaard. Vier jaar later werd de eerste wijn gepresenteerd van de 7,5 hectare druiven.  In 2023 werden nog een 2,5 hectare aangeplant zodat 10 hectare rondom het klooster nu beplant zijn.

De gemiddelde oogst levert gemiddeld 40.000 flessen en het aantal kan nog toenemen tot 53.000 als ook de nieuw geplante wijnstokken vrucht gaan dragen. De wijn kan worden geproefd en wordt geschonken in het op het domein gelegen wijnhuis en is te koop in de kloosterwinkel. De wijn en het klooster zijn beide genoemd naar de heilige Catharina van Alexandrië.

Rad van Catherina

Catharina was de dochter van de gouverneur van Alexandrië en staat bekend als een ontwikkelde vrouw. Zij was vertrouwd met de geschriften van de Griekse wijsgeer Plato. Catharina bekeerde zich rond het jaar 300 tot het christendom en wilde een maagdelijk leven leiden. Zij ging dan ook niet op de avances van Romeinse keizer Maxentius. Deze besloot daarop Catharina te martelen op een groot rad maar de bliksem sloeg het rad stuk. Daarop liet de keizer haar in 307 onthoofden. In het wijnhuis hangt het gebroken rad, waarop volgends de legende keizer Maxentius  de Heilige Catharina van Alexandrië probeerde te martelen.

 

Slingerend door Oud-Schiedam

Onder een stralende zon werden we op deze zaterdagochtend feestelijk onthaald in Oud – Schiedam. Op diverse plekken was al veel reuring  te zien en te horen. Diverse mensen waren druk bezig  gezellige terrasjes in te richten in verband met Nationale Molendag. Kortom, een goed moment om kennis te maken met deze stad.

De rondleiding startte bij het ‘Vlaamsch Broodhuys”, waarna we al slingerend en kronkelend door het oude Schiedam geloodst werden. Onderweg werd op diverse plekken door een gids uitleg gegeven over bepaalde gebouwen met de daarbij behorende economische activiteit. Het werd steeds duidelijker dat Schiedam vroeger ook al een zeer levendige stad was. Op de eerste plaats door de vele bedrijvigheid op het gebied van haringvisserij. Het haringpakhuis uit 1546 is daar nog een overblijfsel van. Doordat onbekend is wie de eigenaar hiervan is, wordt dit gebouw nog steeds ongemoeid gelaten.

Meer is bewaard gebleven uit de periode dat Schiedam zich had toegelegd op de jeneverstokerij. In de Korenbeurs, nu de bibliotheek, werden moutwijn, graan en spoeling verhandeld. Producten die in verband staan met het stoken van jenever. Het zakkendragers-huisje was het onderkomen van het zakkendragersgilde. Dit gebouw kent een toren met daarin een klok. Deze werd geluid bij aankomst van een graanschip. Dit was het teken voor de zakkendragers om zich in het gildehuis aan te melden. Door het gooien van dobbelstenen werd bepaald wie het graan uit het schip mochten halen en naar de klant brengen.

Panden van voormalige branderijen zijn nog steeds te bewonderen. Wel hebben ze een andere bestemming gekregen. Zo is in de voormalige moutwijnbranderij en distilleerderij ‘De locomotief’ nu het Jenevermuseum gevestigd. Hier wordt nog wel op oude wijze moutwijn gestookt.

Schiedam kent nog zeven molens. Deze zorgden ervoor dat mout tot meel gemalen werd. Meel is onmisbaar als grondstof voor het stoken van jenever. Om voldoende wind op te vangen werden deze molens extreem hoog gebouwd. Daarnaast was hoogbouw in de directe omgeving verboden. Zo moest men bij de bouw van de toren van de Westvestkerk rekening houden met het windrecht van de molen ‘De Walvisch”.

 

De rondleiding werd beëindigd op de Grote Markt. Twee kenmerkende gebouwen voor Schiedam zijn aldaar te bewonderen, namelijk het oude Stadhuis en de Grote Kerk. Helaas was het niet mogelijk deze monumenten op dat moment van binnen te bewonderen. Een reden temeer om nog eens Oud – Schiedam met een bezoek te vereren.

Leo van den Ende benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau

De heer Van den Ende zet zich sinds 1973 in voor het behoud en de ontsluiting van het Westlandse culturele erfgoed, in het bijzonder voor Monster en Ter Heijde. In 1977 was hij medeoprichter van de Historische werkgroep Oud Monster, waar hij tot 2019 actief was als onderzoeker, bestuurder en auteur. Van 1976 tot 1991 was hij oprichter, bestuurslid en penningmeester van het Westlands Centrum voor Streekhistorie en sinds 1980 redactielid van het bijbehorende maandblad. Sinds 1989 is hij betrokken bij het Genootschap Oud Westland, onder meer als voorzitter van de publicatiecommissie van het Historisch Jaarboek. Vanaf 1991 is hij vrijwilliger voor Stichting Streek  en Tuinbouwhistorie Westland. In 2019 werd hij medeoprichter en voorzitter van de Historische Vereniging Monster Ter Heijde en oprichter en voorzitter van Stichting Kunstmuseum Westland. Tevens is hij gewaardeerd lid van de Werkgroep Erfgoedbescherming Westland namens de HV Monster-Ter Heijde.

Lang geen gehoor voor oorlog in Nederlands-Indië

‘’Ik moest lichaamsdelen bij elkaar rapen’’

Lang geen gehoor voor oorlog in Nederlands-Indië

 

Het einde van de koloniale aanwezigheid van Nederland in Indië is voor veel mensen nog steeds onverwerkt verleden. Dat bleek op woensdag 15 april opnieuw tijdens een door het Genootschap Oud Westland georganiseerde lezing van dr. Adri van Vliet in de Lier over “Westlandse militairen in Nederlands-Indië en de contacten met het thuisfront’’. Het aantal aanwezigen liep tegen de 160.

Een 98-jarige veteraan uit De Lier getuigde over zijn thuiskomst na enkele jaren vechten in Indië. “Het was feest maar ik huilde van binnen’’, zei de man. “Ik heb zaken meegemaakt waarover ik niet wil uitweiden’’.  Even later liet hij een tipje van sluier zien. “Vlak voor mijn terugkeer heb ik nog de lichaamsdelen van een gesneuvelde militair bij elkaar moeten rapen’’, zei de man.  Bij terugkeer in Nederland was er geen gehoor voor deze oorlogservaringen.

Adri van Vliet, die op het instituut voor militaire geschiedenis werkte, wees erop dat defensie van deze ervaringen heeft geleerd. Post-traumatische stress was na de oorlog nog een onbekend woord. Inmiddels worden militairen na vredesmissies in buitenland veel meer begeleid bij hun terugkeer naar Nederland. Zo nodig krijgen zij gesprekken met een psycholoog.

Bersiap

Meteen na de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 ontstond er een machtsvacuüm in Nederlands-Indië. Indonesische nationalisten probeerden in de zogenoemde Bersiap de macht naar zich toe te trekken. Er er had een afrekening plaats, waarvan niet alleen Nederlanders en Indonesische Nederlanders maar ook veel etnische Chinezen het slachtoffer werden. “Minstens 3500 mensen werden vermoord maar mogelijk bedraagt het dodental ook 30.000 inwoners van onze voormalige kolonie’’, wist Van Vliet.

De Nederlandse staat besloot een leger naar Indië te sturen om de orde te herstellen. In januari 1946 vetrokken de eerste 15.000 vrijwilligers waaronder enkele Westlanders voor wat eufemistisch een politionele actie werd genoemd. Nederland was nog niet toe aan het verlies van de kolonie. “Het nationaal comité rijkseenheid hield in 1946 en 1947 overal in het Westland themabijeenkomsten’’ zei van Vliet. “Het comité had veel leden in het Westland. De voorstanders van een terugkeer naar de koloniale tijd domineerden’’.

Aangezien er te weinig vrijwilligers waren, besloot de regering dienstplichtigen op te roepen. Uiteindelijk verbleven 200.000 jonge mannen twee jaar of langer in Indië. Dienstweigeraars werden met 2 à 5 jaar opsluiting gestraft. In Indië werden weigeraars van dienstopdrachten, ook al waren dit oorlogsmisdaden, teruggestuurd naar Nederland en daar opgesloten. Vanaf september 1946 vertrok de speciaal gevormde Expeditionaire Macht waaronder veel Westlandse militairen naar de Oost. In oktober werd het akkoord van Linggadjati, een wapenstilstand, gesloten.

Politionele acties

Het zwijgen van de wapens was echter van korte duur. In juli 1947 startte operatie Product. Op 2 augustus sneuvelde de eerste Westlander op Java. Nederland moest echter onder internationale druk de actie staken. Hetzelfde lot was een tweede actie beschoren. In december 1948 en januari 1949 vond operatie Kraai plaats. Heel Java kwam onder Nederlandse controle. Het militaire succes kon echter niet verzilverd worden omdat de VS en Engeland kozen voor de republiek.

De verliezen namen in de loop van de oorlog echter toe van 34 naar 155 personen per maand. Het aantal omgekomen Westlandse militairen bedraagt minimaal19 maar ligt waarschijnlijk hoger. Als er een militair sneuvelde kwamen de burgemeester en al naar gelang de gezindte de dominee of de pastoor het slechte nieuws brengen. In een aantal Westlandse plaatsen zoals ’s Gravenzande en Monster staan de namen van de gesneuvelden op de oorlogsmonumenten.

Thuisfront

Het contact van de militairen met familie en vrienden liep in georganiseerd verband. Het Katholieke Thuisfront in Monster verzorgde het contact met 47 militairen. In Poeldijk waren het er 70 en in gereformeerd De Lier 37. De regering stimuleerde het schrijven van brieven echter niet. Deze vielen onder de censuur en de militairen schreven nauwelijks over de oorlogshandelingen. Zij wilden hun familie thuis niet ongerust maken. Soms stuurde de familie hun zoon en broer een zogenoemd ‘’Groetenplaatje’’ met een ingesproken boodschap.

Het laatste jaar van de oorlog in Indië werd gekenmerkt door een patstelling. Het Nederlandse leger slaagde er niet in om de guerrilla onder controle te krijgen. Uiteindelijk vond op 27 december 1949 de soevereiniteitsoverdracht plaats. Het duurt echter een half jaar voor alle militairen weer thuis zijn. De thuiskomst was feestelijk maar de militairen konden niet praten over hun traumatische ervaringen. Teruggekeerd was hun eerste taak te zorgen voor huisvesting en brood op de plank. Pas in de jaren tachtig kwam er meer belangstelling voor de politionele acties en was er op 4 mei aandacht voor de in Indië omgekomen militairen.

2-e Bedrijfsbezoek aan Koppert Cress

De belangstelling voor dit evenement bleek in 2025 gigantisch te zijn. Meer dan 120 leden hadden zich in zeer korte tijd hiervoor ingeschreven. Velen moesten teleurgesteld worden. Gelukkig was Koppert Cress bereid een tweede ronde in te plannen. Deze heeft op 27 maart 2026 plaatsgevonden met de restant van bijna 60 personen.

We geven hier een compilatie van foto’s weer, die merendeels gemaakt zijn door Willem de Bruijn