Westland in de vroege middeleeuwen

19 februari 2013 organiseert Genootschap Oud Westland een lezing met de titel “Van zwervende erven naar kerkdorp. De vroegmiddeleeuwse wortels van het Westland.” door dr. Menno Dijkstra.

Een boerderij uit de 6e tot 8e eeuwIn de Vroege Middeleeuwen maakte het kustgebied van Zuid-Holland deel uit van West-Friesland. Van menselijke aanwezigheid in deze periode getuigen niet alleen enkele historische bronnen en oude plaatsnamen, maar vooral archeologische vondsten. Op basis van interdisciplinair onderzoek is nu voor het eerst een gedetaileerd overzicht beschikbaar van de bewoningsgeschiedenis van de estuaria van de Oude Rijn en Maas tussen circa 270 en 900 na Chr. Door de rijkdom aan archeologische gegevens ligt de nadruk op de Oude Rijnstreek.

In de lezing wordt ingegaan op het ontstaan van de huidige dorpen. Veel van de huidige oude kernen en parochies zijn namelijk pas ontstaan in de 12e-13e eeuw. In de periode daarvoor was sprake van ‘zwervende erven’, die door allerlei factoren regelmatig van plaats veranderden. Dit was ook van invloed op de overlevering van oude plaatsnamen die we kennen uit de goederenlijst van de Utrechtse St.-Maartenskerk.

Menno DijkstraMenno Dijkstra (Lisse, 1971) studeerde in 1996 af aan het Instituut voor Pre- en Protohistorie van de Universiteit van Amsterdam, met als specialisatie de archeologie van de Middeleeuwen en Nieuwe tijd. In 1997 begon zijn promotieonderzoek bij het Frisia Project. Bovengenoemd onderzoek, waarop hij in december 2011 promoveerde, is daar het resultaat van. Momenteel is hij werkzaam als senior archeoloog bij Diachron UvA bv.

Oude artikelen Historisch Jaarboek Westland online

De artikelen uit de eerste 10 jaargangen van het Historisch Jaarboek Westland zijn momenteel direct in te zien via de website van Genootschap Oud Westland. Het Genootschap geeft hiermee invulling aan één van haar doelstellingen: de kennis van de geschiedenis van het Westlandse gebied te verspreiden.

U kunt de inhoud van de jaarboeken raadplegen door in het hoofdmenu ‘Publicaties‘ te kiezen.

Hieronder volgt een greep uit de titels die wellicht de nieuwsgierigheid prikkelen:

Graag horen we van U of dit initiatief op prijs wordt gesteld, en of de huidige vorm bevalt. U kunt dit laten weten door in het hoofdmenu ‘Reageer!‘ te kiezen en het formuleer in te vullen en te verzenden.

 

 

In vogelvlucht door de geschiedenis van de tuinarchitectuur

Het Genootschap Oud Westland organiseerde in oktober een lezing over tuingeschiedenis; een onderwerp, dat in het jaar van de Buitenplaatsen, alle aandacht verdient. Als spreker was Jan Holwerda uitgenodigd. Jan heeft een eigen onderzoeksbureau, dat ‘Groen Verleden’ heet. Hij doet onderzoek naar historisch groen en publiceert hierover. Zijn nieuwste pennenvrucht, samen met René Dessing, is de Nationale Gids Historische Buitenplaatsen met aandacht voor de 551 buitenplaatsen in ons land.

Oude prenten en kaarten geven de geschiedenis prijs
Met oude prenten, foto’s en kaartmateriaal nam Jan de bezoekers bij de hand door de boeiende geschiedenis van de tuinarchitectuur, die eigenlijk al begon toen de eerste mens zich op een vaste plek vestigde en zijn behuizing ging omtuynen d.w.z. omheinen. Het doel hiervan was om de natuur, de wildernis en het ‘zondige’ buiten te sluiten, een hortus conclusus.
Interessant is, dat veel informatie over vroegere tuinarchitectuur is terug te vinden op schilderijen en prenten. Belangrijk is bijvoorbeeld het werk van Hans Vredeman de Vries (1527 – ca. 1604): ‘Hortorum virdariorumque elegantes…‘ In dit prentenboek met tuinontwerpen legde deze veelzijdige kunstenaar, schilder, tekenaar, de invloeden van de Renaissance uit Italië uit en bepaalde hiermee het karakter van de Nederlandse en Vlaamse tuinarchitectuur.

Continue reading “In vogelvlucht door de geschiedenis van de tuinarchitectuur”

Over afgegraven en opgevaren gronden

De bodem van het Westland is niet alleen door natuurlijke omstandigheden ontstaan. De hoge gronden in de duinen waren droogtegevoelig. In zand stijgt water niet zo gemakkelijk op als in klei- of veengrond. De remedie nu zou zijn om een regeninstallatie aan te schaffen. Vroeger was de remedie afgraven en zorgen dat het maaiveld dichter bij het grondwater kwam. Alleen in Loosduinen zijn een kleine tweeduizend ha duinen afgegraven waarvan 1000 ha na 1880. Het afgegraven zand werd gebruik voor de stadsuitbreiding van Den Haag maar ook om goede tuinbouwgrond te maken. Gewassen die groeiden op erg laag gelegen gronden hadden kans om te verzuipen. Het ophogen van die gronden was dus een ideale manier om betere tuinen te maken. Omdat toen (bijna) al het vervoer over water plaats vond spreken we van ‘opgevaren gronden’.

Het afgraven van duinen heeft ook in het Westland op grote schaal plaats gevonden. Laaggelegen gronden langs de Gantel en tussen de Gantel en de Poeldijkse- en Monsterseweg zijn met dit zand opgehoogd. In het eigenlijke Westland zijn rond vijfhonderd ha gronden ‘afgegeest’ en rond 1000 ha opgehoogd. Zandbulten in de Oranjepolder zijn ook afgegraven. Het zo verkregen zand is gebruikt voor de aanleg van het zandlichaam van de A-20. Het vervoer ging toen niet meer per schuit maar via het spoor.

Het Historisch Genootschap ‘Oud Westland’ wil meer over dit proces van afgraven en ophogen weten. Wie waren de zandschippers? Handelden de schippers in zand of vervoerden zij het zand in opdracht van de zand kopende tuinder? Besloten tuinders alleen tot het afgraven (ophogen) van hun tuin of namen zij met buren een gezamenlijk besluit? Als er een sloot aangelegd moest worden voor het zandvervoer wie deed dit dan?

Om over de afgegraven en opgevaren gronden meer te weten te komen doet het Genootschap een beroep op diegenen, die nog iets van die tijd weten of nog herinneringen hieraan hebben om contact met ons op te nemen.

Het contactadres is:

Aad Vijverberg,
Naaldwijkseweg 35,
2691 RB ’s-Gravenzande.
0174-413795
A.J.Vijverberg@kabelfoon.nl

Nationale gids Historische Buitenplaatsen verschenen

Nationale gids Historische BuitenplaatsenAls een vrucht van het themajaar Historische Buitenplaatsen 2012 verscheen in november bij uitgeverij Noord-Holland een handige en overzichtelijke gids waarin 551 historische buitenplaatsen zijn opgenomen. Dit zijn de resterende objecten van de naar schatting 6.000 buitenplaatsen die ons land door de eeuwen heen heeft geteld.
Tot 2012 waren historische buitenplaatsen vrijwel onbekend in ons land. Dit komt ook omdat er weinig algemene literatuur over dit bijzondere culturele erfgoed bestaat. Wel is er altijd veel gepubliceerd over individuele buitenplaatsen maar een volledig overzicht ontbrak.
Met de uitgave van de Nationale gids Historische Buitenplaatsen wordt een belangrijke leemte opgevuld.

In deze publicatie worden alle van rijkswege erkende historische buitenplaatsen in beknopte vorm per provincie beschreven. Met de uitgave van deze Nationale gids Historische Buitenplaatsen komt dit mooie groenhistorische en monumentale erfgoed meer en beter in het bereik van een breed publiek.
Eindelijk komen deze markante cultureel erfgoederen goed in beeld.

Het gebonden boek van de hand van René W.Chr. Dessing & Jan Holwerda kost € 19,50. Het is te bestellen via de website van de uitgever.