‘’Ik moest lichaamsdelen bij elkaar rapen’’
Lang geen gehoor voor oorlog in Nederlands-Indië
Het einde van de koloniale aanwezigheid van Nederland in Indië is voor veel mensen nog steeds onverwerkt verleden. Dat bleek op woensdag 15 april opnieuw tijdens een door het Genootschap Oud Westland georganiseerde lezing van dr. Adri van Vliet in de Lier over “Westlandse militairen in Nederlands-Indië en de contacten met het thuisfront’’. Het aantal aanwezigen liep tegen de 200.
Een 98-jarige veteraan uit De Lier getuigde over zijn thuiskomst na enkele jaren vechten in Indië. “Het was feest maar ik huilde van binnen’’, zei de man. “Ik heb zaken meegemaakt waarover ik niet wil uitweiden’’. Even later liet hij een tipje van sluier zien. “Vlak voor mijn terugkeer heb ik nog de lichaamsdelen van een gesneuvelde militair bij elkaar moeten rapen’’, zei de man. Bij terugkeer in Nederland was er geen gehoor voor deze oorlogservaringen.
Adri van Vliet, die op het instituut voor militaire geschiedenis werkte, wees erop dat defensie van deze ervaringen heeft geleerd. Post-traumatische stress was na de oorlog nog een onbekend woord. Inmiddels worden militairen na vredesmissies in buitenland veel meer begeleid bij hun terugkeer naar Nederland. Zo nodig krijgen zij gesprekken met een psycholoog.
Bersiap
Meteen na de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 ontstond er een machtsvacuüm in Nederlands-Indië. Indonesische nationalisten probeerden in de zogenoemde Bersiap de macht naar zich toe te trekken. Er er had een afrekening plaats, waarvan niet alleen Nederlanders en Indonesische Nederlanders maar ook veel etnische Chinezen het slachtoffer werden. “Minstens 3500 mensen werden vermoord maar mogelijk bedraagt het dodental ook 30.000 inwoners van onze voormalige kolonie’’, wist Van Vliet.
De Nederlandse staat besloot een leger naar Indië te sturen om de orde te herstellen. In januari 1946 vetrokken de eerste 15.000 vrijwilligers waaronder enkele Westlanders voor wat eufemistisch een politionele actie werd genoemd. Nederland was nog niet toe aan het verlies van de kolonie. “Het nationaal comité rijkseenheid hield in 1946 en 1947 overal in het Westland themabijeenkomsten’’ zei van Vliet. “Het comité had veel leden in het Westland. De voorstanders van een terugkeer naar de koloniale tijd domineerden’’.
Aangezien er te weinig vrijwilligers waren, besloot de regering dienstplichtigen op te roepen. Uiteindelijk verbleven 200.000 jonge mannen twee jaar of langer in Indië. Dienstweigeraars werden met 2 à 5 jaar opsluiting gestraft. In Indië werden weigeraars van dienstopdrachten, ook al waren dit oorlogsmisdaden, teruggestuurd naar Nederland en daar opgesloten. Vanaf september 1946 vertrok de speciaal gevormde Expeditionaire Macht waaronder veel Westlandse militairen naar de Oost. In oktober werd het akkoord van Linggadjati, een wapenstilstand, gesloten.
Politionele acties
Het zwijgen van de wapens was echter van korte duur. In juli 1947 startte operatie Product. Op 2 augustus sneuvelde de eerste Westlander op Java. Nederland moest echter onder internationale druk de actie staken. Hetzelfde lot was een tweede actie beschoren. In december 1948 en januari 1949 vond operatie Kraai plaats. Heel Java kwam onder Nederlandse controle. Het militaire succes kon echter niet verzilverd worden omdat de VS en Engeland kozen voor de republiek.
De verliezen namen in de loop van de oorlog echter toe van 34 naar 155 personen per maand. Het aantal omgekomen Westlandse militairen bedraagt minimaal19 maar ligt waarschijnlijk hoger. Als er een militair sneuvelde kwamen de burgemeester en al naar gelang de gezindte de dominee of de pastoor het slechte nieuws brengen. In een aantal Westlandse plaatsen zoals ’s Gravenzande en Monster staan de namen van de gesneuvelden op de oorlogsmonumenten.
Thuisfront
Het contact van de militairen met familie en vrienden liep in georganiseerd verband. Het Katholieke Thuisfront in Monster verzorgde het contact met 47 militairen. In Poeldijk waren het er 70 en in gereformeerd De Lier 37. De regering stimuleerde het schrijven van brieven echter niet. Deze vielen onder de censuur en de militairen schreven nauwelijks over de oorlogshandelingen. Zij wilden hun familie thuis niet ongerust maken. Soms stuurde de familie hun zoon en broer een zogenoemd ‘’Groetenplaatje’’ met een ingesproken boodschap.
Het laatste jaar van de oorlog in Indië werd gekenmerkt door een patstelling. Het Nederlandse leger slaagde er niet in om de guerrilla onder controle te krijgen. Uiteindelijk vond op 27 december 1949 de soevereiniteitsoverdracht plaats. Het duurt echter een half jaar voor alle militairen weer thuis zijn. De thuiskomst was feestelijk maar de militairen konden niet praten over hun traumatische ervaringen. Teruggekeerd was hun eerste taak te zorgen voor huisvesting en brood op de plank. Pas in de jaren tachtig kwam er meer belangstelling voor de politionele acties en was er op 4 mei aandacht voor de in Indië omgekomen militairen.
