Schiedam van stadsrechten tot jeneverstad

Het straatbeeld van Schiedam wordt nog steeds bepaald door haar verleden als jeneverstad. Toch gaat de oorsprong van de stad terug tot de 13de eeuw. De boeiende geschiedenis van Schiedam was op 17 februari 2026 onderwerp van een lezing door dr. Jan Willem Verkaik. De lezing in Bij Barth in Poeldijk werd bijgewoond door 95 leden van het Genootschap Oud Westland en andere belangstellenden.

Schiedam dankt zijn naam als jeneverstad aan de 18 eeuw toen de Schiedammers erachter kwamen dat aan jenever meer te verdienen was dan aan de traditionele haringvisserij. Het stoken van de jenever was zo succesvol dat in die tijd tachtig procent van alle wereldwijd gedronken jenever uit Schiedam kwam. ,,Aan de rand van de binnenstad werden veel graanmolens gebouwd voor de jenever’’, vertelde Verkaik. ,,Daarvan zijn er nog steeds vijf van over’’.

Piet Paaltjes

De jenever bracht niet alleen goud naar de stad. ,,In de 19de eeuw kende Schiedam volksbuurten met veel sociale ellende en drankmisbruik’’, vertelde Verkaik. ,,De Schiedamse predikant Francois Haverschmidt, beter bekend als de dichter Piet Paaltjes, werd somber van al deze ellende. Hij pleegde uiteindelijk zelfmoord’’.  De binnenstad herinnert echter meer aan de jenever dan aan de bekende predikant. Overal in de stad zijn oude branderijen te zien waarin achter de ramen distileer ketels stonden. Het graan werd gekocht in de korenbeurs, thans stadsbibliotheek.

De jenever doet soms vergeten dat Schiedam een ouder verleden heeft, dat teruggaat naar de Romeinse tijd. Op landkaarten uit die tijd zijn al uit klei gemaakte duikers te zien. Daarnaast werden dijken en terpen aangelegd. Het plaatsje Kethel ligt op zo’n terp.  De waterkeringen boden echter weinig bescherming tegen een stormvloed in de 12de  eeuw. ,,In Schiedam is nog een schedel aangetroffen van een slachtoffer uit die tijd’’, wist Verkaik. ,,Op de strandwal langs de Maas werd van Vlaardingen tot Overschie een  dijk aangelegd.’’

Aleida

De stichting van Schiedam gaat terug op Aleida (1228-1284). Zij was een dochter van graaf Floris IV van Holland en zus van de latere Rooms koning, graaf Willem II. Haar vader had geen geld om een bruidsschat mee te geven voor haar huwelijk in 1246 met Jan van Avesnes, graaf van Henegouwen. In plaats daarvan gaf hij Aleida een stuk grond bij Schiedam.  Toen haar broer tijdens de veldtocht tegen de Westfriezen in 1256 sneuvelde bij Hoogwoud, werd Aleida voogd van diens zoon, Floris V en trok met hem in op de Binnenhof in Den Haag. Een voorgenomen huwelijk van de dochter van Floris V met een Engelse kroonprins ging niet door omdat deze prins op 11-jarige leeftijd overleed

Kasteel

In 1262 liet Aleida in Schiedam het kasteel Huis te Riviere bouwen. Bij het begin van de Tachtigjarige Oorlog hebben de Schiedammers het kasteel zelf afgebroken.  Verkaik liet beelden zien van de restanten van het kasteel bevindend naast het huidige stadskantoor aan de Broersvest. Naast dit kasteel heeft Aleida ook nog de opdracht gegeven tot bouw van een kerk en een gasthuis. Verder bevorderde zij de economische groei van Schiedam door het recht te verlenen om een weekmarkt en een jaarmarkt te houden. In 1275 gaf zij, met toestemming van haar neef graaf Floris V, stadsrechten aan Schiedam. Aleida overleed in 1284 in Dordrecht. Ze is begraven in het Franse Valenciennes, naast haar man Jan van Avesnes.

Schiedam van stadsrechten tot jeneverstad