Home Nieuws Monsterse Stolpersteine
 

Activiteiten dit seizoen

Monsterse Stolpersteine PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Jolanda Faber / Leo van den Ende   
zaterdag 27 februari 2016 00:00

Eva van Leeuwen-Van Dijk met kinderen (begin jaren twintig)Naar aanleiding van het plaatsen van struikelstenen in de Monsterse Zeestraat (en in Naaldwijk) schreven Jolanda Faber en Leo van den Ende onderstaande informatie voor de scholen. Bijgaand ook enkele foto's die betrekking hebben op het plaatsen van de Stolpersteine in Monster.

Informatie voor de scholen over het lot van de Joodse families Van Tijn en Van Leeuwen in Naaldwijk en Monster

In het Westland woonden vroeger veel Joodse gezinnen. Er was zelfs een kleine synagoge in de kapel van het Heilige Geesthofje in Naaldwijk.  Maar al voor de oorlog van 1940-1945 waren de meeste gezinnen verhuisd naar Den Haag en naar andere steden. De synagoge was een museum geworden.

In Naaldwijk woonde vlak vóór de oorlog alleen nog de familie Van Tijn. De vader heette Gerard Wolf maar werd Gabie genoemd. Hij had zijn eigen slagerij aan het Wilhelminaplein in Naaldwijk. Hij woonde met zijn vrouw Naatje en hun drie kinderen: Levie, Roza en Ida boven de slagerij. Levie was handelaar, Roza kon heel mooi zingen en Ida wilde mode-ontwerpster worden. De vader van Gabie was ook slager geweest en Gabie had de winkel van hem overgenomen.

 

Levie van LeeuwenDe broer van Naatje heette Mozes van Leeuwen. Hij had een eigen slagerij in Monster opgebouwd, op de hoek van de Zeestraat, en woonde ook boven zijn winkel.  Hij was getrouwd met Eva van Dijk die uit Zuidland kwam. Zij hadden twee kinderen: Levie Andries en Louise Roosje die Wiesje werd genoemd. Mozes van Leeuwen was in 1938 gestorven en Levie Andries had de slagerij van zijn vader overgenomen.

Tot de oorlog uitbrak waren het gewone gezinnen waarvan de kinderen op gewone scholen hadden gezeten en vrienden en vriendinnen hadden in hun dorp. Alleen hun geloof was anders en omdat er in het Westland geen synagoge meer was, gingen ze naar de synagoge in Den Haag.

 

Toen de Duitsers Nederland bezet hadden, veranderde er eerst veel voor de Joden. Vanaf oktober 1940 mochten Joden echter geen eigen bedrijf meer hebben. Dat betekende dat de slagerij van Gabie van Tijn in Naaldwijk en die van Andries Levie in Monster gesloten moest worden. Ze bleven er wel boven wonen. Veel andere beroepen mochten ook niet meer. Joden mochten  geen leraar meer zijn of ambtenaar en zo ging het maar door. Ook hingen overal bordjes met “voor joden verboden”.

 

 

In ‘Het dagboek van Anne Frank’ schrijft Anne een lange lijst van alle dingen die zij niet meer mag:

'Jodenwet volgde op jodenwet en onze vrijheid werd zeer beknot. Joden moeten een jodenster dragen; joden moeten hun fietsen afgeven; joden mogen niet in de tram; joden mogen niet in een auto, ook niet in een particuliere; joden mogen alleen van 15.00 - 17.00 uur boodschappen doen; joden mogen alleen maar naar een joodse kapper; joden mogen vanaf 20.00 uur 's avonds tot 6.00 uur 's ochtends niet op straat; joden mogen zich niet in schouwburgen, bioscopen en andere voor vermaak dienende plaatsen ophouden; joden mogen niet naar een zwembad, evenmin naar tennis-, hockey- of andere sportplaatsen; joden mogen niet roeien; joden mogen in het openbaar generlei sport doen; joden mogen na acht uur 's avonds niet meer in hun tuin zitten, evenmin bij hun kennissen; joden mogen niet bij christenen thuis komen; joden moeten naar joodse scholen gaan en al dergelijke meer.'

Voor Joden werd het dus steeds moeilijker om met andere mensen om te gaan. Ze hoorden er niet meer bij. Iedereen kon zien dat ze anders waren omdat ze een gele ster moesten dragen.

Ook wilden de Duitsers weten waar alle Joden woonden en daarom moesten ze zich laten inschrijven in een apart register. Jonge mannen mochten niet meer werken en werden naar speciale werkkampen gestuurd. Veel jongens trouwden snel met hun vriendin en hoopten zo de werkkampen te ontlopen want die leken steeds meer op een gevangenis.

In augustus 1942 kregen Levie van Tijn en Levie Andries van Leeuwen een oproep om zich te melden voor een werkkamp. Wiesje van Leeuwen was verloofd met Israël Mesritz. Ook Israël had een oproep gekregen. Alle jonge Joodse mannen moesten zich gaan melden in Amsterdam.

Wiesje trouwde nog snel met Israël en Levie Andries trouwde met zijn vriendin Dina Sanders. Zij gingen mee naar Amsterdam. Levie van Tijn nam zijn zusje Ida mee naar Amsterdam. Daar woonde hun zus Roza die getrouwd was met Levie Izaak de Jong. Ze hadden geen eigen huis, maar woonden bij zijn ouders. Ze hadden een dochtertje van een paar maanden oud. Waarschijnlijk hadden Levie en Ida hun nichtje nog niet eerder gezien, want door alle verboden voor Joden was het moeilijk om te reizen. We weten niet of het gelukt is om Roza en haar baby te ontmoeten.

Wat we wel weten is dat ze alle zes – Levie, Ida, Levie Andries, Dina, Israël en Wiesje - vanuit Amsterdam naar kamp Westerbork in Drenthe zijn gebracht.  Vanuit dit kamp zijn ze op 17 augustus in goederenwagons naar het concentratiekamp Auschwitz in Polen  gestuurd. We weten dit omdat er in Westerbork een herdenkingsmuseum is waar de lijsten met namen bewaard worden.

We weten niet wanneer ze in Auschwitz vermoord zijn. Daarom is er na de oorlog, voor iedereen die op 17 augustus naar Auschwitz werd gestuurd, één sterfdatum vastgesteld: 30 september 1942. Levie van Tijn was 23 jaar oud, Ida van Tijn is 17 jaar oud geworden. Levie Andries van Leeuwen was in september jarig, hij was toen waarschijnlijk in concentratiekamp Auschwitz. Hij werd 26 jaar. Zijn vrouw Dina van Leeuwen-Sanders was 28 jaar. Louise Roosje Mesritz-van Leeuwen zou in oktober 1942 23 jaar oud worden, maar is dus waarschijnlijk vlak daarvoor gestorven. Israël Mesritz was 26 jaar oud.

De moeder van Levie Andries en Wiesje, Eva van Leeuwen-van Dijk, die nog in Monster boven de slagerij woonde, werd in oktober opgehaald van huis en door een politieman met de trein naar Amsterdam gebracht. Daarna moest ze naar Westerbork. Wanneer ze in Westerbork aankwam weten we niet omdat niet alle lijsten bewaard zijn gebleven. We weten wel dat ze op 16 oktober naar Auschwitz is gestuurd. Die treinreis duurde drie dagen. Direct na aankomst op 19 oktober 1942 is zij vermoord.

Gabie en Naatje van Tijn zijn op 8 oktober ’s morgens in hun huis in Naaldwijk gearresteerd door de Sicherheitsdienst (de politie van de Nazi’s) en naar het politiebureau op het Wilhelminaplein gebracht, dat maar een klein stukje lopen van hun huis lag. Gabie van Tijn was 68 jaar oud en hij was ziek. Zijn vrouw Naatje was erg bang. Ze hebben een paar uur opgesloten gezeten. Daarna zijn ze in een taxi gezet. Er zijn nu nog oude mensen die als kind gezien hebben hoe dat is gegaan.

De Monsterse Zeestraat in 1935 - aan het einde van de straat links (met zonnescherm) slagerij Van Leeuwen.“Ik herinner mij dat wij op een middag, na om twaalf uur de school verlaten te hebben, een flink aantal mensen voor het politiebureau zagen staan. Het politiebureau was toen op het Marktplein (nu Wilhelminaplein), ongeveer op de plaats waar nu de AMRO bank is. Als je veel mensen ziet ga je als jongen uiteraard ook kijken. Voor het politiebureau stond de taxi van Bellense. In de taxi zat de heer Van Tijn en een mevrouw. Slager Van Tijn kende ik, zijn vrouw (die waarschijnlijk naast hem zat) niet. Twee Naaldwijkse politieagenten hielden de omstanders op afstand. Guus Vogels, de smid uit de Koningsstraat, stond er ook. Hij liep op klompen. Op een gegeven moment liep Guus Vogels op de taxi af, opende een deur en gaf de heer en mevrouw Van Tijn een hand. De agenten deden niets. Wat er met de Joden gebeurde wist ik absoluut niet. Als kind (ik was negen of tien jaar) wist ik wel dat het niet prettig was om Jood te zijn. Overal (café’s, zaal Hulp en Voorzorg, voetbalverenigingen) stonden bordjes ‘Voor Joden verboden’. Slager Van Tijn had altijd een ster op. Ik vond het toen een moedige daad van Guus Vogels. Ik realiseerde mij dat hij iets deed wat eigenlijk niet mocht. Ik denk dat ik dat dit detail onthouden heb omdat ik Guus Vogels toen moedig vond.”

Gabie en Naatje zijn naar Amsterdam gebracht waar ze nog een paar dagen gevangen gezet werden. Op 14 oktober kwamen ze aan in Westerbork en op 23 oktober zijn ze naar Auschwitz gedeporteerd. Daar zijn ze op 26 oktober 1942 vermoord.

De meeste mensen wisten in die tijd niet wat er met de Joden gebeurde. De berichten in de krant waren niet te vertrouwen en bijna niemand had een telefoon. Maar men wist wel dat ze waarschijnlijk niet terug zouden komen. Veel Joden waren daarom ondergedoken. Ook in het Westland hebben Joden op de gekste plaatsten de oorlog overleefd. Dat was heel erg gevaarlijk, ook voor de mensen die hen hielpen.

Roza van Tijn en haar man Levie Izaak de Jong zijn op 20 juni 1943 in Amsterdam opgepakt samen met meer dan 5000 andere Joden. Zij zijn eerst met de trein naar kamp Westerbork gebracht en vandaaruit gedeporteerd naar concentratiekamp Sobibor, op de grens van Polen en Rusland. Daar zijn ze op 2 juli aangekomen en dezelfde dag vermoord. Hun dochtertje Katja Anna hebben ze net op tijd in Amsterdam kunnen laten onderduiken. Zij heeft de oorlog overleefd. Op 25 februari 2016 is Katja Anna bij de plaatsing van de struikelstenen aanwezig.

 

 

 

 

Laatst aangepast op vrijdag 29 april 2016 11:29